Van mensen en dingen die voorbijgaan

Afgelopen week stond ik bij de drukker om een aantal folders op te halen. Een meneer op leeftijd sprak mij aan, omdat hij de naam van – in dit geval – Thomas More herkende. Zoals u weet draag ik in mijn werkzame leven twee petten. Hij kende Thomas More nog als Radboud Stichting en begon met het opsommen van heel wat namen, sommige namen herkende ik, andere helemaal niet. Ik vrees dat ik hem af en toe wat glazig aankeek. Net zoals hij mij glazig aankeek, toen ik op zijn vraag naar mijn functie antwoordde dat ik directeur was van Thomas More en het VKMO. ‘Directeur? Nou, nou.’ Even later, na het opsommen van heel wat namen van betrokken mensen bij het VKMO en de rechtsvoorgangers uit lang vervlogen tijden, vroeg hij het toch nog eens na: ‘Werk je op het secretariaat van de stichtingen?’ ‘Nee meneer, ik ben echt de directeur. Kijk maar op mijn kaartje.’

Het was niet alleen deze meneer op leeftijd die even bevreemd opkeek toen mijn functienaam viel. Mijn neefje kan er ook wat van. Toen ik hem vertelde over mijn toen nog nieuwe baan riep hij uit: ‘Maar je bent een meisje! Meisjes zijn nooit de baas.’ Zijn ouders zakten van schaamte door hun stoel en hebben de opvoeding meteen ter hand genomen. En succesvol, toen ik me laatst beklaagde over een langgerekte bijeenkomst riep hij: ‘Maak er dan een eind aan, jij bent de baas!’ Nu moet ik hem alleen nog leren dat honden bazen hebben. 

De afgelopen maand ging het heel vaak over de positie van de vrouw in kerk en maatschappij. In het online vrouwencafé van het Netwerk Katholieke Vrouwen, bij het symposium van het Katholiek Vrouwen Dispuut, maar ook in Rome waar ik met een groep studenten van Thomas More was. Ik geloof dat ik me sinds ik bij VKMO en Thomas More werk veel meer bewust ben van dat vrouw-zijn, van hoe er gesproken wordt over en door vrouwen. Al was het wel een man die laatst riep: ’Is er geen vrouwelijke spreker?’ Mijn neefje gaat het echt leren, de bijzonder attente meneer zal het misschien niet helemaal meer leren, maar dat geeft niet, hij deed zijn best. Ik had wel een prachtig gesprek met hem over de relevantie van het katholiek sociaal denken voor de wereld van vandaag, gewoon op vrijdagmiddag bij een drukker in de stad. En aansluitend hadden we het ook nog even over al die mensen die voorbij zijn gegaan. 

Carlien Geelkerken