De vergeten maatregel

Duidelijkheid en perspectief. Daar snakken we naar in ons land, zeker nu te midden van de tweede coronagolf. Heldere eenduidige maatregelen die goed te handhaven zijn en die allemaal bijdragen aan dat ene doel: het virus onder controle en de druk op de zorg beheersbaar. Wanneer zijn de maatregelen effectief? Als het aantal besmettingen daalt. Betalen we daar een prijs voor? Zeker. We leveren allemaal bewegingsvrijheid in en voor veel bedrijven is het leven er niet makkelijker op geworden. We kunnen het allemaal, houdt het kabinet ons voor. Als we er onze stinkende best maar voor doen.

Maar wat nou als je het niet kunt? Want elke maatregel – hoe goed en nodig ook – heeft altijd een keerzijde. In maart en april werd die keerzijde pijnlijk duidelijk. Hoewel we er amper iets over zagen in het nieuws. De informele economie kwam krakend tot stilstand. Mensen raakten bijna van de ene op de andere dag hun inkomen kwijt. Veel van hen waren al kwetsbaar: schulden uit het verleden, hoge huren, zwakke gezondheid. Mensen die vanuit andere landen hier naartoe zijn gekomen om het werk te doen dat wij laten liggen. Al die mensen redden het normaal wel. Al is het vaak met moeite. Maar de intelligente lockdown bleek niet slim genoeg om hen in het voorjaar overeind te houden.

Onderbelicht probleem

Gevolg? Heel simpel. Honger. En dan letterlijk geen eten en niet weten hoe je er aan kunt komen. Omdat je (nog) niet terecht kan de voedselbank. Omdat je niet zomaar recht op een uitkering hebt. Of omdat je – al zou je het willen – niet terug kan naar het land waar je vandaan kwam. Honger dus. In Nederland. Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk?

In Rotterdam zagen we bijvoorbeeld hoe nagenoeg de gehele Bulgaarse gemeenschap in één klap werkeloos was geworden toen het werk verdampte in de glastuinbouw en de havens. Zij konden nu ook niet terug naar hun land. Een grote groep mensen, die zonder het recht op een uitkering, ineens letterlijk niets meer hadden. We hoorden in Den Haag van een Afrikaanse pastor die een kerk aanstuurde met een gemeenschap die voor elkaar zorgde. Beter bedeelden nemen daar sinds jaar en dag de zorg voor gezinnen in armoede op zich. De crisis zorgde ook daar voor een acuut probleem toen ook de beter bedeelden niets meer hadden om te delen. Ook daar: honger.

Wij horen bij stichting Mara iedere dag dit soort schokkende verhalen over honger. Vooral in de oude wijken van Rotterdam en Den Haag zijn wij actief en zien we vele gezinnen die ineens moesten leven van voedselpakketten of supermarktbonnen. Het is dan ook heel goed en nodig dat het Rode Kruis vorige week gironummer 7244 opende voor voedselnoodhulp in Nederland. Met veel liefde verzameld en uitgedeeld door tal van mensen en organisaties, zoals de onze.

Rafels

Duidelijkheid en perspectief. Dat was en is het doel. Maar het is ook goed dat we ons realiseren dat elke maatregel die aan de voorkant goed is, aan de achterkant rafels maakt in de samenleving. Dat is niet te vermijden. Maar tegelijk is het niet acceptabel als die rafels betekenen dat mensen honger lijden. Dat perspectief op herstel alleen kan door voor de meest kwetsbaren elk perspectief weg te nemen. Missen we dus niet een maatregel op de routekaart? Die van aandacht en zorg voor hen die buiten de boot vallen. Met een toenemend pakket van liefdevolle opvang vanuit de overheid bij elke verdere aanscherping. En dat ook dat gaat horen bij alle verplichtingen. Een mondkapje op, werk thuis, nies in je elleboog en zie om naar de mens naast je. Klinkt goed toch!?

Marc Bollerman, directeur Stichting Mara
www.maraprojecten.nl