De zomerstand
We leven eind juni en Nederland zit midden in een hittegolf. Dat betekent dat de zomerstand dit jaar niet zachtjes wordt ingeschakeld, maar met kracht wordt afgedwongen.
Je merkt het aan alles. Mensen lopen langzamer, fietsen langzamer, denken langzamer. Gordijnen blijven dicht, ramen gaan pas ’s avonds open, en schaduw is geen luxe meer maar een eerste levensbehoefte.
Zelfs gesprekken krijgen een ander tempo. Zinnen worden korter. Plannen worden losser. Dingen die vorige week nog dringend leken, krijgen ineens een andere status. Moet dit echt vandaag? Kan het ook morgen? Of, als we eerlijk zijn: na de vakantie?
Want daar zitten we ook nog eens vlak voor. Eerst haalt de hitte het tempo uit ons lijf, en daarna haalt de vakantieperiode het tempo uit de agenda. Out-of-officeberichten gaan aan. Vergaderingen verschuiven naar september. Mailtjes blijven wat langer liggen. Mensen zijn er wel, maar niet helemaal. Of ze zijn er gewoon even niet.
De periode juli-augustus voelt daardoor als een tussentijd. Niet echt stilstand, maar ook niet het gewone ritme. Er wordt nog gewerkt, maar anders. Er wordt nog geleefd, maar trager. Alsof het jaar even tussen ademhalen en doorgaan in hangt.
Vandaag zag ik iemand lopen in een tempo alsof hij de trein moest halen, terwijl de treinen vanwege een staking nog niet reden. Ik dacht: man, veel te warm, doe rustig. En tegelijk glimlachte ik om mezelf. Wat zijn dat ineens voor Romeinse gedachten? Die passen toch helemaal niet in mijn Nederlandse, efficiënte hoofd?
Want dat heb ik van de vele reizen naar Rome die ik de afgelopen zes jaar organiseerde wel geleerd: Nederlandse efficiëntie helpt daar niet echt.
Neem bijvoorbeeld de voorbereiding van de jaarlijkse studiereis naar Rome, die ik met studenten van Thomas More maak. Voor zo’n reis moeten we allerlei afspraken maken in en rond het Vaticaan. Dat klinkt overzichtelijk: je stuurt een mail, je krijgt een antwoord, je zet iets in het programma.
Maar zo werkt het dus niet.
In Rome — of misschien moet ik zeggen: in het Vaticaan, al weet ik niet precies wie ik hier de schuld moet geven — lijkt men de tussentijd tot kunst te hebben verheven. Er kunnen rustig maanden over een antwoord heen gaan.
En ondertussen zit ik hier mijn mailbox te verversen. Want als die afspraak doorgaat, moet die andere afspraak naar woensdag. Maar als die niet doorgaat, moet woensdag juist openblijven. En als ik niets hoor, kan ik ook niets vastleggen.
De eerste keren kreeg ik er bijna grijze haren van. Tegenwoordig gaat het iets beter. Iets.
Ik heb geleerd om te denken: het komt waarschijnlijk goed. En als het niet goed komt, zijn we nog altijd in Rome. Daar is zelden een gebrek aan dingen om te zien, te doen, te eten of te bewonderen.
Rome leert mij omgaan met traagheid, met tussentijd.
Mijn Nederlandse brein vindt vertraging vaak helemaal niet zo charmant. Dan wil ik duidelijkheid. Een antwoord. Een besluit. Een route. Ik wil weten of iets doorgaat of niet, of iets lukt of mislukt, of ik moet wachten of bewegen.
En juist nu wordt zichtbaar hoe weinig zich werkelijk laat afdwingen. Niet iedereen is beschikbaar. Niet alles kan vandaag. Sommige antwoorden komen later. Sommige plannen blijven even hangen. Sommige besluiten hebben meer tijd nodig dan mijn agenda ervoor had uitgetrokken.
Dat is soms irritant. Zeker als je ergens op wacht. Op een uitslag. Op een beslissing. Op een reactie. Op duidelijkheid over wat er gaat gebeuren. Dan voelt vertraging niet als vakantie, maar als onzekerheid.
De hitte herinnert ons aan iets wat we de rest van het jaar gemakkelijk vergeten: we zijn geen machines. We hebben een lijf. We hebben grenzen. We kunnen niet eindeloos doorgaan op wilskracht, koffie en een volle agenda.
En de zomerperiode herinnert ons aan nog iets: niet alles wat waardevol is, groeit sneller als je eraan trekt. Vertrouwen niet. Nieuwe moed niet. Zin niet.
Een mens heeft tussenruimte nodig. Tijd waarin niet alles hoeft. Tijd waarin het ritme verandert. Tijd waarin je merkt hoe moe je eigenlijk was. Tijd waarin je hoofd leeg genoeg wordt om weer iets nieuws te horen.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar het is niet alleen maar romantisch. De zomer is niet voor iedereen licht. Niet iedereen gaat weg. Voor sommige mensen wordt de eenzaamheid juist groter. Niet iedereen rust uit. Voor anderen wordt pijnlijk zichtbaar wat er ontbreekt, als de gewone drukte wegvalt.
Toch is juist daarom vertraging belangrijk. Niet omdat alles dan vanzelf mooi wordt, maar omdat je eindelijk kunt merken waar je bent. En wie je bent.
Vandaag hoeft niet alles opgelost. Niet elk mailtje beantwoord. Niet elk plan rond. Niet elke vraag dichtgetimmerd.
Vandaag is misschien al genoeg: een beetje schaduw, een beetje adem, een beetje zomerstand.
En wie weet komt het antwoord later alsnog.
Of niet.
Maar dan zijn we, als het een beetje meezit, nog altijd ergens waar genoeg te zien, te doen, te eten of te bewonderen valt.
Carlien Geelkerken

